Waarschijnlijk hebben velen onder u reeds gehoord over de beruchte jaarlijkse Maasovertocht in Hoei,
juist dat stadje waar Anne-Marie Lizin de baas is of was - wie zal het zeggen - berucht zeker en vast.
De indianenverhalen die ik daar al over gehoord heb ... niet te doen. Ik dacht: “Amaai, dat zal wel geen
gewoon zwemtochtje zijn, of zouden er sommigen niet wat overdrijven?” Volgens sommigen is deze oversteek,
wat Parijs-Roubaix betekent voor fietsers.
Ik had reeds venomen van sommige ervaren ijsberen - de ene al wat verstrooider dan de andere - dat het toch
geen simpel tochtje is maar van iemand die naar school geweest is, durf ik toch al eens wat meer te geloven.
Vorig jaar had ik al goesting om mee te gaan, maar door omstandigheden was het al voorbij vóór ik het wist.
Geen probleem ... ik heb nog jaren genoeg voor de boeg - hoop ik toch - dus het zal voor volgend jaar zijn.
Dit jaar werd ik warm gemaakt door iemand die ook al eens gaat zwemmen in een niet nader te noemen
ijsberenclub in Boom. Die dacht: "den Eddy kan dat wel".
Pech eigenlijk, dubbele pech: want die dag was het ook brevetzwemmen en da’s ook plezant, en bovendien
was ik jarig.
Wat het ergste was weet ik niet meer, maar die dag was het ook nog eens verschrikkelijk slecht weer,
stormweer zelfs - als dat maar goed afloopt? De dagen ervoor had het dan ook nog eens redelijk gedooid,
’t is te zeggen daardoor was er veel water - lees stroming.
Ik toch volharden en ikke weg naar Hoei. Ha ja, ik had er afgesproken met mijn kozijn van ginder en dat
motiveert toch ook.
Ik zat zo een beetje met het gevoel: ik moet dat toch kunnen, anderzijds zou het enorm prikken moest ik
niet lukken. Maar ja het leven is een uitdaging, toch?
Al wie al eens in Hoei geweest is, weet dat de Maas daar reeds behoorlijk breed is - bijna 150 meter. De diepte
heb ik niet gemeten, hoor. Er stond die bewuste dag een stroming van 7,5 km per uur. Dat wil zeggen: als je in
het water springt en gewoon meedrijft dat je na één uur 7,5 km verder uitkomt, maar de bedoeling is om de Maas
dwars over te zwemmen - in de breedte dus, niet in de lengte.
Om 11u15 was het mijn toer. Wij de muur op, zowat 3 meter boven de Maas.
Hier heb ik voor het eerst ondervonden dat overgewicht toch ook zijn goede kanten heeft, ik denk dat ge als
lichtgewicht zou zijn meegevlogen met de sterke wind.
Trois … deux … un … en ik het wilde sop in, precies alsof ik echt Frans verstond.
Na een minuutje crawlen ging ik eens kijken, waar ik aan het zwemmen was. Ik stak mijn hoofd boven water maar
niemand te zien … vreemd, erg vreemd. De ploeg ijsberen uit Boom heeft mij gelukkig op het juiste pad kunnen
loodsen. Deze mensen stonden maar te roepen dat ik naar hen moest komen zwemmen. Maar ik moest een heel
eind verderop uit het water zien te geraken. Toch heeft dat geholpen, want zonder dat ik het wist, was ik aan de
aankomst en kon ik uit het water. Nog een geluk dat daar het trapje was. Stel je voor dat ik er voorbij was
gezwommen, waar was ik dan uitgekomen? Men had mij gezegd dat ge dan in Nederland uitkomt en dat wou ik ten
alle tijden voorkomen … uiteraard.
Ik was al bij al toch blij dat ik was aangekomen. Nog straffer: mijn medezwemmers waren zo beleefd geweest om
trager te zwemmen dan ik, uit respect voor mijn leeftijd misschien?
Vroeger, toen ik triatlon deed, was het ook al
moeilijk om nà mij aan te komen, maar ja, zwemmen is dan ook altijd mijn voorkeurssport geweest.
En nu zwem ik terug graag dankzij de ijsberen en zeker die van Deurne.
den Eddy |
|