Ofte de Blijde Intrede van Mary-Lou te Scherpenheuvel
Chris en Willy hebben tegen een voortreffelijk tempo de kop getrokken. Chris had een fluitje - volgens insiders van Willy -
en blies bij een naderend obstakel zich de longen uit het lijf (thuis mag ze dat niet). Vanuit het peleton werd dan hier en daar door een wakkere info geroepen zoals: "auto, fiets, paaltje, paardendrol, koe, ...". Bij het roepen "Fiets van achter" was dat een geruststelling voor mij want anders waren we de helft van de groep kwijt.
In groep rijden is verrijkend. Uit de gesprekken van het peleton heb ik weeral wat bijgeleerd, zoals hoe een gebit aan twee tanden kan worden vastgemaakt en waarmee je dan overal kan in bijten.
Door onze fluovestjes zijn we vast door alle satellieten gezien, degenen die er geen hebben worden dan de volgende keer verzocht om minstens hun haar in een lichtgevende kleur te zetten.
Op menig kruispunt zijn autochauffeurs gestopt om de bonte stoet te laten passeren. René heeft speciaal voor ons zelfs een rotonde geblokkeerd - de file was 's avonds nog niet opgelost.
Armand
had in het Schedelmuseum al een plaats gereserveerd voor Mary-Lou. Bij mijn ronde merkte ik dat er al een kast voorzien was voor ons allemaal met als label 'Ursus Maritimus - IJsbeer'. Er stonden wel geen specifieke naamplaatjes bij de schedels, dus ik kon niemand herkennen.
Door de warmte hebben de dames zich van hun beste zijde laten zien. Lizette van Pol had een aerodynamische fietsbroek aan met fluovest, wat haar snelheid ten goede kwam. Gerda droeg een deux-pièce van twintig stukken. Om de drie kilometer deed ze één kledingstuk uit. Dit gaf de mannelijke fietsers extra motivatie en voor sommigen mocht Scherpenheuvel dan ook nog wat verder geweest zijn. Armand heeft zijn eerste plaats achter Gerda niet prijs gegeven, tot hij plots elegant in een grachtje dook. De onverwoestbare stond echter zeer snel terug recht en maakte een scherpe, technische analyse van de val. Sarina weet het ondertussen al, als Armand een col beklimt neemt hij de kortste weg en gaat hij niets uit de weg.
De meeste wandelaars schrijven zich bij de Bosgeuzen in, omdat ze denken dat ze in het bos Geuze te drinken krijgen, maar dat valt dan tegen. We hebben nogal wat IJsbeerwandelaars, zoals Gaby en Marleen, onderweg gezien, maar de grootste groep zat toch weer toevallig op het terras van een café. Guy die de grote toer wandelde had zijn voet omgeslagen op een boogscheut van de bestemming
- dat is pech.
Cor was met zijn gedachten bij zijn Lucy, die thuis van de trappen was gevallen. Hij had haar appelsienen en pompelmoezen van Scherpenheuvel beloofd, tot hij een sms kreeg dat hij ook "toespijs" moest meebrengen (en giene keis). Als die ooit nog eens alleen naar Scherpenheuvel wilt fietsen, zet die best zijn gsm af, of koopt hij nog een paar extra zakken.
Ikzelf had bij het uitdoen van mijn T-shirt met mijn horlogebandje een stevige snede over mijn neus gemaakt. Omdat het niet stopte met bloeden ben ik bij de Rode-Kruispost binnengestapt. Die waren tevreden dat ze met z'n vieren hun eerste klant konden behandelen. Ik vroeg een "spannendrap" maar ze deden medische handschoenen aan en begonnen me grondig te ontsmetten. Ik moet er geïnfecteerd hebben uitgezien. Heel de groep bleef geduldig wachten in de waan dat ik plots chronische diarree had.
Met de Basiliek in zicht heeft Mary-Lou gekozen om op historische wijze de Blijde Intrede te voet te doen. De meeste van onze leden zijn daar te lui voor en zouden met hun fiets de Basiliek binnen rijden om hun kaars te branden.
Door de goede begeleiding, de goede keuze van de weg, goed materiaal en fietsers met technische kennis hebben we de rit zonder storingen afgemaakt. Ik ben ervan overtuigd dat wanneer we de drankpauzes niet meerekenen, we zelfs sneller waren dan het stelletje bandenplakkers (voor hen dan tijd voor het plakken inbegrepen).
Ik moet alleen nog een potje blauwe verf kopen, want volgens Armand zijn blauwe binnenbanden beter dan zwarte en hij kan het weten.
|
|
Met een tiental hadden we besloten om de fietstocht heen en terug te maken, zowat 140 à 150 km. Voor de heenreis werd gekozen om vanaf Grobbendonk de wandelweg te volgen en voor de terugrit werd het een knooppuntentocht.
08.00 h aan het park: de bewoners zullen blij geweest zijn dat we weg waren.
Het weer kon niet beter, ik hoop voor de andere groep fietsers dat het voor hen ook zo goed was.
Onderweg - ondanks dat er op sommige plaatsen van een weg geen sprake meer kon zijn - ondervonden we geen noemenswaardige problemen.
Aan het Schedelmuseum vonden we Jeanneke en René, die nog moesten wachten op de Guy, de enige die vanuit Grobbendonk vertrokken was. Ergens tussen de velden kwamen we Gaby en Marleen tegen en nog een eind verder in de bossen de rest van de bende die gekozen had om zo'n 18 km te stappen.
Net als de vorige keren zochten we het ons bekende terras op aan de markt. We genoten van een boke en een drankje. Enkelen van ons gingen naar de Basiliek, maar vergaten te bidden voor een vlotte terugtocht, wat later zou blijken.
Via de gekende knooppunten gingen we terug richting Deurne. We zaten nog niet lang terug in het zadel of we mochten al rusten terwijl Hugo zijn lekke band herstelde. Leen moet wel erg genoten hebben van die rust, want zij liet ons zo maar eventjes driemaal halt houden om een nieuwe binnenband te (laten) steken. Gelukkig had Mon twee reservebanden bij en vonden we onderweg een fietsenwinkel waar ze de uitgeputte voorraad terug op peil kon brengen.
Al met al een geslaagde trip en voor herhaling vatbaar.
|